Maatregelen per weerfase

Weerfase 0 en 1 |
Geen maatregelen voorgeschreven |
Weerfase 2 |
Verse betonoppervlakken moeten doelmatig worden afgedekt en geïsoleerd totdat een gemiddelde kubusdruksterkte van tenminste 5N/mm² is bereikt. Waait er een sterke wind,dan moet weerfase 3 als maatstaf worden opgenomen. |
Weerfase 3 |
Verse betonoppervlakken moeten ook weer doelmatig worden afgedekt en geïsoleerd maar nu in combinatie met één van de volgende maatregelen: toepassing van verwarmde betonspecie toepassing van cement met een hogere aanvangssterkte verlaging van de watercementfactor. Het afdek- en isolatiemateriaal moet op zijn plaats blijven totdat de beton een gemiddelde kubusdruksterkte heeft van tenminste 5 N/mm² . Een andere mogelijkheid is het toevoeren van warmte in de ruimten tussen betonoppervlak respectievelijk bekisting en de afdekking of bescherming,zoals omschreven in de VBU (NEN 6722). |
Weerfase 4 |
Tijdens het storten dient de betonspecie een temperatuur van ten minste 10 ºC te hebben. Met de maatregelen die zijn benoemd bij weerfase 3,moet men ervoor zorgen dat de temperatuur van het betonoppervlak niet daalt onder de 4 ºC totdat een kubusdruksterkte van tenminste 5 N/mm² is bereikt. |
Weerfase 5 |
Minimaal moet men de maatregelen onder weerfase 4 volgen. Om de temperatuur op tenminste 4 ºC te houden,zal waarschijnlijk warmtetoevoeging noodzakelijk zijn. Gebruik hiervoor stoom,hete lucht of infraroodstralers. |
Weerfase 6 |
Betonspecie mag niet meer worden verwerkt tenzij de productie, het storten,de verwerking en de nabehandeling plaatsvinden binnen omhulde ruimten waar een temperatuur wordt gehandhaafd van tenminste 8 ºC tot de gestorte betonspecie een kubusdruksterkte van tenminste 5 N/mm² bereikt |
